(De parabel van de Adelaar van James Aggrey)

Er was eens een man die op een goede dag op zijn land een groot ei aantrof. Hij legde het bij een hen om te kijken of het nog gered kon worden. De hen broedde het ei uit en het was anders dan de kippen waren. Het was een jonge adelaar. De boer liet het beetje op zijn erf lopen waar het zich al gauw tegoed deed aan kippenvoer en zich ook als een kip ging gedragen.

Op een dag kwam er een bioloog langs, die aan de eigenaar vroeg waarom een adelaar, de koning der vogels, op een erf te midden van kippen moest leven.
De boer antwoordde: ‘Ik heb hem kippenvoer gegeven en ik heb hem geleerd zich als een kip te gedragen. Hij heeft denk ik daarom nooit geleerd te vliegen’, antwoordde de eigenaar. ‘Hij doet net als de kippen, het is dus geen adelaar meer’.

De bioloog gaf het niet op: ‘Hij heeft nog steeds het hart van een adelaar en hij zou dus ongetwijfeld kunnen leren vliegen?!’.
Zij spraken er nog wat met elkaar over en spraken af dat zij zouden nagaan of dat inderdaad zou kunnen.

De bioloog tilde de adelaar voorzichtig op en zei: ‘Je hoort thuis in de lucht, niet op de grond. Sla je vleugels uit en vlieg!’.

De adelaar wist niet hoe hij het had.

Hij wist niet wie hij was en toen hij de koppen zag die hun graantjes pikten sprong hij op de grond en voegde zich weer bij hen.

De bioloog gaf de moed echter niet op en nam de adelaar de volgende dag mee naar het dak van het huis en spoorde het dier opnieuw aan:

‘Je bent een adelaar. Sla je vleugels uit en vlieg’.

Maar de adelaar was bang voor zijn onbekende zelf en sprong opnieuw naar beneden, naar het kippenvoer.

De bioloog stond de derde dag vroeg op en nam de adelaar mee naar een hoge berg. Op de top aangekomen tilde hij de koning der vogels hoog op en spoorde hem aan: ‘je bent een adelaar. Je hoort niet alleen op de aarde thuis maar ook in de lucht. Sla je vleugels uit en vlieg’.

De adelaar keek om zich heen, naar het erf beneden en naar omhoog, naar de lucht. Daar zag hij ook grote vogels vliegen. Zoals hij al eerder had opgemerkt op het erf.

Hij maakte nog niet echt aanstalten om te gaan vliegen. De bioloog tilde hem op in de richting van de zon, de adelaar begon te trillen en hij sloeg langzaam zijn vleugels uit. Hij verdween ten slotte met een triomfantelijke schreeuw in de lucht.

Het is mogelijk dat de adelaar nog met heimwee terugdenkt aan de kippen, misschien zoekt hij ze ooit nog eens op.
Zover men weet, is hij nooit meer teruggekeerd om weer als kip te gaan leven.

Hij was een adelaar,
ook al was hij vroeger behandeld en opgegroeid als op de grond levende kip.

Het is nooit te laat om je te herinneren wie je werkelijk bent

Je hebt altijd een keuze

Share This